|
||||
|
Appèl- en apportproef 15 april 2012 |
Appèl- en Apport
Proef
Op 15 april 2012 wordt de
jaarlijkse Appèl- en Apport Proef gehouden worden. We zijn dit jaar te gast rond
de Roeivijver te Drunen.
Tijdens deze dag is er tevens de mogelijkheid om de Roofwild Apportproef en de
Aanlegproef Verdedigingsdrang af te leggen. Voor de Aanlegproef
Verdedigingsdrang is geen enkele voorbereiding nodig; het is zelf af te raden
hiervoor te oefenen.
De Appèl- en Apport Proef is jaren geleden in het leven geroepen om de natuurlijke en erfelijke jachteigenschappen, de africhtbaarheid, veelzijdigheid en het gebruik in de jachtpraktijk van de Weimaraner te testen.
Niet alleen voor eigenaren en fokkers is deze proef erg interessant: Ook voor de vereniging, die mede als doel heeft de jachteigenschappen van de Weimaraner te monitoren, is deze proef erg belangrijk.
Het behalen van deze proef geeft recht om fokcertificaten aan te vragen wanneer er eventueel met de hond gefokt gaat worden.
Daarnaast is een behaalde Appèl- en Apportproef één van de drie onderdelen die behaald moeten zijn voor het behalen van het “Predikaat Natuurlijke Aanleg”.
Voor deze proef is geen vooropleiding vereist. De moeilijkheidsgraad van deze proef is te vergelijken met het KNJV C / B niveau.
In principe dienen deelnemers aan deze proef zelf te zorgen voor zowel veer- als haarwild. De Jachtcommissie heeft besloten het haarwild te verzorgen. Deelnemers die niet zelf voor veerwild (eend) kunnen zorgen, kunnen deze tegen een kleine vergoeding (€ 5,00) kopen van de vereniging.
Deelnemers aan de
Roofwild Apporteer proef dienen zelf voor een vos te zorgen.
Wij hopen, net als vorig jaar, op een gezellige dag met goede resultaten
Met vriendelijke groet,
de Jachtcommissie,
Het inschrijfformulier vindt u via
deze link....
Adres proef:
Grotere kaart weergeven
Bijlage: uittreksel “Proevenreglement WSH”
In het Proevenreglement van de vereniging staat over de verenigingsproeven het volgende vermeld:
Doel van de
Verenigingsproeven
Artikel 3
Het doel van de proeven en de opleidingsdagen is om leden van de vereniging een goede mogelijkheid te bieden om de natuurlijke en erfelijke jachteigenschappen, de africhtbaarheid, veelzijdigheid en het gebruik in de jachtpraktijk van hun staande hond te testen.
Met de proeven en de opleidingsdagen wordt beoogd het gebruik van veelzijdige, over een goede jachtaanleg beschikkende en goed af te richten staande honden door leden van de vereniging te bevorderen.
De proeven en opleidingsdagen zijn daarom ook gericht op:
• het beoordelen en vaststellen van de aangeboren eigenschappen van de hond;
• het bieden van een mogelijkheid voor de eigenaar van de hond om zich een beeld te vormen ten aanzien van de bruikbaarheid van de hond voor de praktijkjacht;
• het de vereniging inzicht geven in de kwaliteit van de jachteigenschappen van de Weimaraner in Nederland.
Voor deelname aan de proeven of opleidingsdagen worden geen eisen van vooropleiding gesteld, crytorchide en monorchide reuen worden toegelaten tot de proeven en opleidingsdagen. Loopse teven mogen deelnemen aan de proeven en opleidingsdagen mits zij apart worden gehouden van de andere deelnemende honden. Zichtbaar dragende en zogende teven kunnen worden geweigerd. Indien aan een hond voor enig onderdeel van een proef een onvoldoende wordt toegekend is het in beginsel toegestaan om de proef te voltooien en de overige onderdelen af te leggen. De hond dient de volledige proef af te leggen met dezelfde voorjager.
De Appèl- en Apport Proef
Op de appèl- en apportproef worden de navolgende vakken beoordeeld:
1. Volgen los aan de voet in verschillend tempo.
2. Houden van de aangewezen plaats met schot, buiten bereik van de voorjager.
3. Volgen aan de lijn door dichte begroeiing.
4. Apport van haarwild uit dichte dekking.
5. Apport waterwild met schot uit diep water.
6. Markeerapport van veerwild met schot.
7. Op post zitten tijdens een drijfjacht.
8. Vrij uitsturen en komen op bevel.
9. Aansnijproef.
10. Gedrag ten opzichte van andere honden
11. Samenwerking met de voorjager.
Verder wordt beoordeeld of de hond handschuw is en op welke wijze hij reageert op het schot.
De voorjager dient zijn eigen veer- en haarwild mee te brengen naar de proef.
De Roofwild Apporteer
proef
Het doel van deze proef is om te testen, of de hond de wil toont om roofwild te
apporteren en bij zijn voorjager te brengen. Vooral bij de onderdelen
“vossesleep”en apport “ van een vos uit dichte dekking” toont de ware apporteur
zich omdat na het inzetten van de hond op de verdere uitvoering van dit
onderdeel de voorjager geen invloed meer heeft. De roofwild apportproef vangt
altijd aan met het apport van een vos uit dichte dekking.
Artikel 60
De roofwild apporteerproef heeft drie onderdelen, te weten:
a. Apport van een vos over de hindernis;
b. Uitwerken van een vossesleep;
c. Apport van een vos uit dichte dekking.
Er wordt van de voorjager verwacht dat hij zijn eigen vossen meebrengt naar de Proef
De Aanlegproef Verdedigingdrang
Artikel 71
De Weimaraner is een staande jachthond, die tevens bereid moet zijn huis en goed te bewaken en zijn voorjager te verdedigen. Het doel van deze proef is om vast te stellen in hoeverre deze eigenschappen bij de hond aanwezig zijn.
Artikel 72
Getest wordt de aanleg tot manscherpte en zeker niet de mate waarin de hond als waak- en verdedigingshond is afgericht. Het wordt daarom dringend afgeraden om voor deze proef te oefenen, aangezien hierdoor verkeerde eigenschappen zouden kunnen worden ontwikkeld, welke mogelijk gevaar op zouden kunnen leveren.
Artikel 73
De aanlegproef verdedigingsdrang vindt aansluitend op een andere WSH- proef plaats. De deelnemers aan het voorafgaande proef zijn echter niet verplicht om de aanlegproef verdedigingsdrang af te leggen.
Voor het complete reglement:
http://www.weimaraners.nl/formulieren/Proevenreglement%202005.pdf